Marmotte Granfondo Pyrénées, 28 augustus 2016, afstand 160 km, 5.600 hm

Vrijdag 26 augustus vertrokken de Steekpenningmeester en Veggiestoemper richting de Pyreneeën voor de eerste editie van de Marmotte Granfondo Pyrénées. De zaterdag stond in het licht van een deel van het parcours verkennen: sfeerproeven op de Col du Tourmalet en de klim naar Luz Ardiden,

de inschrijving in het midden van het dorp, het tijdschema voor Goud goed doornemen en chillen bij het zwembad. De entourage is uitgesproken on-italiaans, maar gemoedelijk. De temperatuur deze dag in de startplaats bedroeg 35 °C, maar morgen zou het kouder zijn. We starten pas om 07.30 uur in Argeles Gazost, omdat het niet eerder licht is. Het is zwaar bewolkt en het miezert licht. Toch gaan we zonder wind- of regenjack op weg. De vooruitzichten zijn immers prima. Het zal vandaag zo’n 25 °C worden en bewolkt zijn.De gang naar de voet van de eerste klim naar de Col du Tourmalet verliep vlot, maar gedisciplineerd. Gevolg: geen valpartijen of ander ongemak.De klim loopt mooi, waarbij de laatste twee kilometer tot 10% de benen voor het eerst worden getest. Het uitzicht op de wolken in het dal is fenomenaal.

De afdaling verloopt rap, over bijna nieuw asfalt en zo’n 10% gradiënt. Dat staat ons later op de middag nog in omgekeerde volgorde te verwachten.Er is werkelijk geen meter vlak in deze tour, beneden aangekomen begint direct de klim naar de Hourquette d’Ancizan. De aanloop van deze klim is dezelfde als die van de Col d’Aspin. Het profiel van deze 17 km lange klim lijkt op het eerste gezicht relatief eenvoudig, maar gaat op en af en regelmatig is het met 8- max. 11% flink klimmen geblazen. Het landschap is lieflijk, met grote grasvlaktes, bos en een riviertje. De afdaling die volgt is 10 km lang, met mooie lange stukken en, met name op het einde, enkele venijnige bochten. Een kort verbindingsstuk voor de klim naar de Col d’Aspin, is hèt moment om nog wat voer naar binnen te werken. Deze col kwam op ons over als een mooie landweg, alleen het is een heuze berg, met alleen in de tweede kilometer een wat vlakker stuk. Eenmaal op de top zit 60% van de klimmen er dan op. Een lekkere afdaling van 13 kilometer om uit te puffen voordat we de Col du Tourmalet voor de tweede keer gaan beklimmen. De aanloop is nog goed te doen, maar vanaf Grip is het de laatste 12 kilometer het serieus aanpoten.

In de afdaling van de Tourmalet is het de eerste drie kilometer oppassen geblazen voor schapen, koeien en stenen op de weg, maar hierna spreiden mooie brede wegen zich voor je uit, met maar een paar lastige haarspeldbochten. En dan begint het toetje. In Luz St. Savour (de plek waar ook de rugnummers ingeleverd moeten worden) start de klim naar Luz Ardiden. 13 kilometer met 1.000 hms. Het profiel met stijgingspercentages strooit hier ook wat zand in de ogen, want het venijn zit in de staart bij deze afsluitende berg met heel veel 8 of 9,5% kilometers in mist en motregen tot de bevrijdende finish uiteindelijk toch uit de mist opdoemt. De Steekpenningmeester versnelt nog op deze col en haalt de achterstand op het tijdschema voor goud in door een minuut per kilometer in te lopen (09.00.20)! Veggiestoemper (10.08.06) komt harkend boven, maar is ook een trots finisher!

Gelukkig hadden we de dag ervoor kunnen zien wat een mooie kronkelweggetjes we hier omhoog hebben gereden. Koud geworden halen we bij de EHBO een alufoliedeken, die we voor de afdaling onder ons shirt kunnen gebruiken, zodat we niet al te veel meer afkoelen. Op de pastaparty warmen we wat op en zijn we blij ook weer wat normaals te eten na al die repen, gelletjes en sportdrank. Rest ons een slotrit naar ons hotel, een rit van een kleine 20 km, zodat we deze dag toch zo’n 200 kms in de benen hebben.

Weet-je-datjes:
- De tocht was tot op de top van de Tourmalet afgezet. Heel fijn en heerlijk klimmen zonder auto’s of motoren
- Schapen, paarden en koeien houden met die afzetting geen rekening
- De top van de Tourmalet dient zich uitstekend om een pak vanillevla (of andere doping) te verbergen; perfect om te nuttigen voor de laatste afdaling en klim naar Luz Ardiden
- Ravitaillering: oké genoeg voor de snelle jongens, de renners die wat later zijn moeten het soms met alleen water doen
- Prima plek om te overnachten Bon Repos
- Reken op minimaal 13 uur reistijd en meer dan 20 flitsers op de Franse tolwegen
- Aan tolgelden ben je circa 100 euro kwijt per enkele reis
- Mooie aanwinst voor de cyclokalender. En fijn dat die wat aan het eind van het seizoen is
- De tijd voor goud is gelijk als bij de traditionele Marmotte in de Alpen, maar de tijden van de deelnemers die beide cyclo’s hebben gereden liggen ca 12% hoger (dus ongeveer een uur).
- En last but not least: zo’n 38 km terugreis vanaf de Luz Ardiden top tot de startplaats (meest bergaf, dat dan weer wel)

Waardering:
- Organisatie: 8, ondanks een povere website
- Ravitaillering: 7
-Route: 9, deel van de route reis je in tegenovergestelde richting, maar dat is in het geheel niet storend of demotiverend
- Kwaliteit weg: 9, speelt o.i. zeker mee dat de tour hier afgelopen is geweest
- Overall: 8,5. Enige echte nadeel is de forse reisafstand. De prachtige omgeving maakt heel veel goed

Tour du Mt. Blanc, 16 juli 2016, afstand 320 km* , 7.200 hm

*Tezamen met een collega heeft de Veggiestoemper de duotocht van de Tour du Mt. Blanc gereden.

De bikkels die deze tocht helemaal doen, starten om 05.00 uur in het donker en moeten voor 24.00 uur binnen zijn. Voor Veggiestoemper was de duotocht meer dan voldoende. Een vreemde gewaarwording is dat ik op de Grote St. Bernard (2. 469 m) moest starten rond 13.30 uur en zo eigenlijk weinig of niets had meegekregen van de spanning bij de start, “het cyclo-gevoel”. Mijn collega kon hier afstappen en als volgauto voor de anderen uit de groep dienen (waarvan er drie de hele tocht hebben uitgereden!)

Ik begon met zo’n 2.000 meter dalen, het Aosta-dal (Italië) in. In het dal was ik nog fris en met de wind tegen maakte een groepje die de hele tocht reed, daar graag gebruik van. Vervolgens weer op naar Frankrijk met de beklimming van de kleine St. Bernard. Die doet zijn naam zeker geen eer aan, want was met 55 km en klimmen tot 2.188 m pittig. Hierna volgenden nog de Cormet de Roselend (1.967 m) en de slotklim naar de start in Les Saisies (1.657 m), waar ik rond 22.00 uur aankwam, het was net donker. De duo-tijd: 16:55:06 was een tijd om erg tevreden mee te zijn.

Bijzonder aan deze tocht is het heroïsche deel, mits je hem helemaal rijdt. De route is zeer druk met auto- en motor verkeer, vooral het eerste deel tot aan de grote St. Bernard. Wil je liever een wat kleinere afstand rijden, dan is een normale cyclo te preferen boven een duotocht.

Waardering:
- Organisatie: 6,5, povere website en zelfvoorziening is noodzakelijk, vooral als je de hele tocht rijdt
- Ravitaillering:6
- Route: 7, dat komt vooral door het drukke auto- en motor verkeer. Het uitzicht op de Mt. Blanc dat je zo nu en dan hebt, met name bij zonsondergang, is onbetaalbaar
- Kwaliteit weg: 8, speelt o.i. zeker mee dat de tour hier afgelopen is geweest
- Overall: 7. Voor de echte (Italiaanse) cyclosfeer hoef je dit niet te doen

En un momento dado…

..word je vanzelf 50. Eind april heeft de zwarte van Oosterhout de respectabele leeftijd van 50 jaar bereikt. In plaats van een feestje te geven (kan altijd volgend jaar nog…), had hij bedacht om het uitstekende idee van Wilfried de Jong een vervolg te geven en ook een 50 jaar-uitdaging te doen op mijn verjaardag. Daar waar Wilfried destijds de Mont Ventoux had uitgekozen, is de zwarte (met partner) afgereisd naar de Asturias, noord-Spanje. Omgeving Oviedo – Picos de Europa. Daar zou het in die tijd wel lekker weer zijn en geen sneeuw op de toppen….. En daar lag de Angliru! En die stond altijd al op het verlanglijstje. En wellicht kon ook nog een bonusklim in de Picos gedaan worden (Covadonga).
Eind april is natuurlijk best vroeg in het jaar, dus de conditie moest tijdig op nivo zijn. Dat is in deze gebeurd door te gaan hardlopen in de winterperiode en af en toe op de rollers binnen. Vanaf februari/maart weer buiten op de fiets, waarbij ik de nadruk heb gelegd op wat blokjes weerstandstraining in de heuvels bij Nijmegen. Immers, ik ging maar 1 col per dag doen, dus duurtraining was niet zo nodig. Uiteindelijk is de uitdaging een drieluik geworden, met beklimmingen van Angliru, Covadonga en Sotres (Colleda Barreda), allen befaamde cols uit de Vuelta de Espagna.

Vakantieadres geboekt in de omgeving van Cangas de Onis in nationaal park Picos de Europa. Dat was achteraf toch nog wel een flink eindje van het adres v.d. huurfiets vandaan (dikke 100 km…). Maar, goed fietsje (FELT met Shimano 105) bij Carma Bike in Oviedo (prima spul! En ook nog eens niet duur. 80 euro / 4 dagn. Dikke aanrader). Dus wel blij dat ik er daar één had gehuurd.

Door de afstand en ook de weersvoorspelling (die was niet zo best voor over 2 dagen, precies op mijn verjaardag…) had ik besloten om dan maar direct die dag de Angliru te doen. Immers maar 15 km ten zuiden van Oviedo. Dus gelijk door naar de start vd klim in la Vega (op 320 m. hoogte). Op een parkeerplaatsje 5 km ervoor snel omgekleed en de helm gepakt. Daar kwam ik er achter dat het binnenwerk op 2 plaatsen kapot was gegaan. Waarschijnlijk door de druk in de rugzak. Met wat reepjes plastic boterham zakje de boel een beetje aan elkaar geknoopt en toen kon ie toch op! Even een paar km nagenoeg vlak naar de voet en daar ging ie dan! Op voor 12 km gruwelijk afzien. Top v.d. Angliru ligt op 1570 m. De klim is gemiddeld 10%, maar max. tot 24%!. Wel in droge omstandigheden gelukkig. Eerste 5 a 6 km zijn niet zo steil. Zo’n 6,5 tot 9 %. Dat ging wel lekker. Hier en daar in de bochten was het al wel wat duwen, maar de pedalen gingen nog prima rond en de ketting lag nog lang niet op het grootste tandwieltje achter. Na die 6 km is er een soort plateautje, waar de fotografe achterbleef. Dan begint het steile gedeelte. Er stond ook een bord ”Angliru” met de toevoeging “cerrado”. Nou spreek ik weinig Spaans, dus rijd ik gewoon door.

Gelijk gaat de weg omhoog met 21%. Dat zeggen althans de opbeurende bordjes langs kant. Maar dat gaat eigenlijk best goed. Heb wel alle watts die ik in me heb nodig, maar kan de ademhaling nog goed onder controle houden, en het meeste gaat ook nog zittend in het zadel. Ik zit inmiddels in het stuk dat las Cabanas heet. Daar kom ik goed door en kan ik wat “herstellen” bij een paar km 12 tot 14%......De ketting ligt nu wel helemaal links. Ik heb intussen de mistgrens bereikt en ploeg voort. Ik ben helemaal alleen (met mijn ademhaling) op de berg zo te zien. Dat is ook wel mooi eigenlijk…Een km later komt me uit de mist toch een auto tegemoet, van waaruit men me toeroept over cerrado en altitura huppeldehup….Het is hier zo’n 18% en ik kan weinig terugzeggen en stoppen wil ik al helemaal niet. Ik nader nu het beruchte deel, dat ze Cuena les Cabres noemen.. De bordjes langs de weg moedigen me aan: volgende 500 m. min 16% - max 21%.... Er ligt hier en daar al sneeuw in de berm. Hijgend krom ik me nogmaals over het stuur. Ik moet nu ook wat in bochtjes over de weg rijden om me het wat makkelijker te maken. Het volgende bordje zegt dat ik er bijna ben. Nog 2,2 km top de top, en dus bijna bij het beruchte deel. Min. 19,9 – max 23,5 % de volgende 500 m.! In de mist zie ik halverwege dat stuk plotseling een enorme sneeuw/zandhoop op de weg liggen, die de weg volledig blokkeert. Ik kan er niet door. Ik stop en moet even een minuutje uithijgen over de reling.. Daarna bekijk ik de situatie. Besluit om na een paar fotootjes om te keren en af te dalen naar de auto. Dat blijkt ook niet zo gemakkelijk, op je fiets klimmen bij een percentage van 24% en afdalen…Maar goed, een klein kwartiertje later kom ik weer aan bij de auto. Kapot, maar voldaan! (en nog wel 49…). Helaas niet helemaal de top bereikt, maar het meest lastige gedeelte wel gedaan (fietsend). Na de sneeuwhoop wachtte nog een stukje 12-16% en de laatste km 2%.... De exacte tijd weet ik niet, maar ik heb er denk ik al met al zo’n 1,5 uur over gedaan, waarvan 45 min. Voor het laatste steile stuk tot 2 km vd top.. Verzet op mijn huur-FELT: 34-32!

Of het mooi was? Nou, daar heb ik helaas niet veel van gezien door de mist. Maar heroisch was en voelde het wel! Ja,..en dus wel sneeuw op de toppen in april…..

Covadonga.

De dag erop stap ik op de FELT voor een rit naar de Lagos de Covadonga. Gelegen in het Picos de Europa Nationale Park. Ik vertrek direct vanuit het vakantieadres en de fotografe komt per auto achterop. Ca 5 km nagenoeg vlak naar het begin v.d. klim in Soto de Cangas. Daar trek ik het jasje uit en start voor deze mooie klim. Eerste 5 a 6 km zijn een weggevertje. Max. 2 a 3 %.. Op de grote plaat dus. Dan bij het dorpje/klooster van Covadonga begint het omhoog te gaan. Even in het ritme komen nog…De benen zijn niet helemaal fris. Mooi is het hier wel. Niet voor niets een nationaal park. En in deze tijd van het jaar ook nog relatief rustig. De weg stijgt nu met stukken van meer dan 11%, dus wordt het al weer wat zwoegen. Maar vergeleken met gisteren kom ik toch wel vooruit. Dit duurt zo’n 4-5 km. Daarna weer wat vlakker totdat het echte steile deel komt. Hier gaat de weg ook vrij rechtuit. De 2 km 15-16% voelen als de 21% van de Angliru. Ook hier is het boven 900 meter weer mistig. Ik moet na de passage van 15% langs 1 torro en door een horde koeien manouvreren (zie foto!). Ik doe dit in het zog van de auto en maak me op voor het laatste stuk. De weg slingert zich door prachtige rotspartijen naar de meren van de Covadonga. Eerst naar Lago de Enol en vervolgens naar het eindpunt Lago de la Erchina op 1120 m. Toch bijna 1000 hoogtemeters. Na de foto bij het meer is het tijd voor een bakkie en een taartje!

Heel mooie uitdagende klim. Tenminste….in het voor of naseizoen. In het hoogseizoen waarschijnlijk heel erg druk, gezien alle toeristische toestanden. Heb er denk ik iets minder dan een uur over gedaan.

Sotres

De dag erop ben ik pas echt jarig en dus 50. Het zou vandaag regenen, maar dat doet het niet. De pensionhouder is zelf ook een fervent fietser en buitensporter en heeft enkele dagen geleden de klim naar Sotres aangeraden. Omdat ik eigenlijk van plan was om op mijn werkelijke verjaardag te fietsen, besluit ik toch nog deze derde klim te doen.

Gestart halverwege Arenas de Cabrales en Poncebos op een parkeerplaats. Paar km-tjes inrijden door de vallei, waarna de weg bij Poncebos linksaf gaat richting Sotres (11 km). (bij Poncebos rechtdoor kun je overigens een hele mooie wandeling door de kloof maken van 21 km heen en terug; ook gedaan). Het begint toch iets te spatten, maar mag geen naam hebben. Het is wel wat frisser (ca. 10 C), dus in eerste instantie houd ik het jasje even aan. De weg gaat gelijk pittig omhoog. Ca. 5-6 km met 8 tot 12%. Iets te kort ingereden denk ik, wat het voelt allemaal wat stram. Jasje gaat vlot uit, hier…. Ik probeer toch wat fris te kijken als ik de fotografe tegenkom…Ook dit is weer een prachtige klim, midden door het nationaal park. Ik rijd continu langs een kabbelend riviertje door een prachtige kloof van hoge rotsen, die me wat aan de dolomieten doen denken. Ik passeer onderweg een paar leuke korte tunneltjes. Gelukkig komt na dit stuk een aantal km. waar het wat makkelijker gaat. Ik haal zelfs nog iemand in en voel plotseling iets aan mijn achterwiel. Het is een lokale hond die even aan mijn achterband proeft….Gelukkig zet ie niet door en kan ik ongeschonden mijn weg vervolgen. Geen koeien deze keer en ook geen mist. Ik zie het eindpunt al liggen, maar weet dat het steilste nog moet komen. Vlak voor het dorp is het gemiddeld 12%, maar dat is gemiddeld… Met de ketting op de 32 ga ik lopend op de trappers het laatste steile deel op en bereik Sotres (1040 m hoogte). Nu vind ik het wel mooi geweest. Je kunt hier nog wel verder naar Collada Barreda (nog 2 km 14-15%, finish in de Vuelta 2014 of 15), maar ik heb genoeg bewezen op mijn 50ste verjaardag en stop hier. Fiets in de auto gestopt en in één van de leuke barretjes hier even omgekleed. Tijd voor een lekkere cafe solo en een torta de anniversario! (is uiteindelijk een broodje jamon geworden…).
Ook hier weer zo’n 1000 hm. Tijd deze keer wat preciezer gemeten. 49 minuten. En wel wederom zo’n toffe klim.

Saluut! Kijk nog even naar de mooie foto’s!


Waarom er in 2015 geen updates zijn geweest

"Dit gaat fout", schiet er door mijn hoofd. De grond komt (te) snel op me af en het volgende moment ben ik onvrijwillig via mijn hoofd op de grond geland. Het is dinsdag 17 maart, een relatief warme voorjaarsdag, en ik ben met een mtb-maat Rolf nog eventjes na het werk een rondje mountainbiken. Voorafgaand aan de vaste route bij Nijnsel, duiken we nog even een lokaal aangelegd crossbaantje op. Omdat het lekker weer is en deze week een rustweek staat gepland, heb ik geen haast, niet wetende dat dat mij fataal gaat worden. Net over de top van het tweede aangelegde heuveltje blijkt deze aan de achterkant loodrecht te zijn gemaakt en heb ik niet genoeg snelheid om van deze drop af te springen. Mijn voorwiel verdwijnt in de diepte en mijn zwaartepunt gaat snel naar voren, ik probeer nog te corrigeren maar het gaat te snel. Dan ga ik over het stuur.

Door de klap is al mijn lucht uit de longen geslagen en het duurt even voor ik een beetje op adem ben. Gelukkig is Rolf snel ter plekke en informeert/checkt of ik aanspreekbaar ben en waar het allemaal pijn doet. Tussen het kreunen en steunen door (waarmee ik niet kan stoppen) vertel ik hem dat ik veel pijn heb tussen de schouderbladen en dat het praten me moeite kost. Mijn ledematen lijken er goed afgekomen te zijn. Wat te doen ? Opstappen en terugfietsen gaat me echt niet lukken. Een alternatief is op laten halen met een auto door het thuisfront en naar huis gaan. De pijn en mijn gevoel zeggen me echter dat een ambulance laten komen en afvoeren naar de SpoedEisendeHulp een beter idee is. Gelukkig heb ik een telefoon bij me en kan Rolf via 112 de hulpdienst waarschuwen en moet tot drie keer toe uitleggen waar het ongeval heeft plaatsgevonden.

Terwijl we wachten op de ambulance, die vanaf Schijndel zal komen, blijf ik op mijn buik op de grond liggen. De pijn wordt niet minder, eerder meer omdat de adrenaline nu wel uitgewerkt is. Intussen wordt het thuisfront ook telefonisch geinformeerd dat het "even mtben" op de eerste hulp post gaat eindigen. Na een twintigtal minuten, die een eeuwigheid lijken te duren, horen we in de verte de sirene van de ambulance. Een toevallige passant is even daarvoor door Rolf aangesproken en heeft zich langs het weggetje geposteerd zodat de ambulance er niet langs rijdt. Het fatale fietscrossbaantje is niet ver van de openbare weg en de ambulance kan zich langs een paar boompjes wringen zodat ik niet ver op een brancard door het veld hoef. De ambulance-dames informeren eerst naar mijn gesteldheid en ik vertel ze over de pijn tussen de schouderbladen en het moeite hebben met praten. Om mij op de brancard te krijgen, word ik eerst van buikligging naar zijligging gedraaid en daarna in zitpositie. Dan moet ik meehelpen met mijn benen en half overeindkomen zodat de brancardkar onder mijn kont kan worden geschoven. Eenmaal op de brancard word ik op mijn rug gelegd en krijg ik een deken om. Dat is geen luxe want intussen is de zon bijna onder en ben ik behoorlijk afgekoeld omdat ik zomertenue op pad ben gegaan.

Na een 100 meter gehobbel over terrein rijdt de ambulance de openbare weg op en gaat ie op weg naar het dichtsbijzijnde ziekenhuis, het Catharina-ziekenhuis waar ik niet de beste zorgervaringen mee heb. Op weg naar de spoedeisende hulp, pak ik en passant nog even een K.O.M. mee op de Kennedylaan maar helaas deze wordt niet erkend door Strava.

Op de spoedeisende hulp staat Leonie al te wachten en word ik gelijk een ruimte binnen gereden. Er wordt een mobiel Rontgen-apparaat om mij heen geplaatst zodat er foto's gemaakt kunnen worden van voren en opzij zonder dat ik rechtop hoef te komen. Deze foto's zijn niet optimaal omdat de ribben en het borstbeen de ruggewervelkolom afschermen maar het is wel duidelijk dat het mis is: er zijn twee borstwervels gebroken ( T3 en T4 ) en er is een stukje af van C2, de tweede halswervel. Om een duidelijker beeld te krijgen van de schade en/of het (in)stabiele breuken zijn, ga ik direkt de CT scanner in. Na de CT-scan blijft de SEH arts lang aan de telefoon (met de specialist ?) en worden we toch wel ongerust. Uiteindelijk heeft de arts geen goed nieuws: ik moet plat blijven liggen want er is gevaar op afglijden van de breuk. Ze laat een CT scan plaatje zien van de twee gebroken wervels en vertelt dat ze middels een operatie gefixeerd gaan worden. Intussen heeft de arts een oncomfortabele noodbrace om mijn nek gelegd zodat het afgebroken stukje wervel niet tussen de wervels kan schieten met alle gevolgen van dien. Aan mijn hoofd heb ik gelukkig niets, zelfs geen hersenschudding, terwijl ik daar op geland ben, waarschijnlijk dankzij de helm die ik op had.

Ik word naar afdeling orthopedie verplaatst en de verpleging heeft instrukties om op mij boomstamverpleging toe te passen. Ik mag niet van bed, niet even omhoog zitten, alleen even op de zij rollen voor een plas of om even anders te liggen. Ondertussen heb ik al op de SEH een eerste spuit met morfine gehad tegen de pijn want die is toch wel heftig nu. Gelukkig blijk ik goed tegen morfine te kunnen zodat de pijn flink wegzakt. Verder krijg ik geen voedsel omdat ik geopereerd moet worden maar ik was allang blij dat de pijn acceptabel was. De volgende dag (woensdag) blijkt dat de operatie nog niet plaats gaat vinden maar pas op de vrijdag. Het is niet helemaal duidelijk waarom niet. Ik moet nog twee dagen extra plat blijven liggen, dat valt even tegen. De specialist komt wel langs om uit te leggen wat hij gaat doen. Er komen schroeven in de wervels onder en boven de gebroken exemplaren en daartussen komen een soort rails. Daarmee wordt het deel van mijn rug tussen mijn schouderbladen waar de gebroken wervels zitten, gefixeerd. Wel krijg ik een wat comfortabelere nekbrace (in hoeverre is een brace comfortabel ?) van de gipskamer en begint het lange wachten.

Na twee lange dagen met weinig slaap vanwege de pijn, is het dan toch vrijdag geworden en word ik opgehaald voor de operatie om 8 uur in de ochtend. De narcose-man zegt mij tot tien te tellen maar ik kom niet eens tot 3, daarna wordt het zwart. Voor mijn gevoel kom ik na 10 seconden weer bij maar het blijkt een uur of 6 te zijn. De 4 uur durende operatie is goed gelukt zonder complicaties vertelt de specialist die in de middag langs komt maar ik moet nog steeds op bed blijven liggen (mag intussen nu wel het ruggedeelte omhoog doen). De volgende dag komt de fysiotherapeut om mij uit te leggen hoe uit bed te komen. Als ik voor het eerst na de operatie op de rand van het bed zit, wordt het wel erg draaierig voor mijn ogen. De tweede keer (een minuutje later) gaat het al een stuk beter en zet de fysiotherapeut mij op mijn voeten en daagt mij uit wat te gaan lopen met hem. Ik voel me op dat moment een heel oud mannetje met hele slappe benen maar ik wil "lopend patient" worden en loop met mijn infuus (als steunpunt) met hem mee de gang op. Een klein stukje de gang op en neer is genoeg en bekaf lig ik weer in bed. De fysiotherapeut heeft echter genoeg gezien en geeft door aan de verpleging dat ik uit bed mag. In de namiddag word ik plots naar de Rontgenafdeling gerold om doorgelicht te worden. Amper een paar uur mobiel klauter ik aldaar uit bed en strompel ik naar een krukje waarna er een paar Rontgenfoto's gemaakt worden. Ik ga bijna licht geven van al die rontgen die ze door me heen gejaagd hebben.

Op zondag word ik door de verpleegster geschoren zo goed en zo kwaad als het kon met mijn nekbrace. Je komt dus echt niet bij de haartjes in je hals, die al behoorlijk begonnen te jeuken. Ook begint de bekleding van de brace te stinken omdat ik tijdens het verplicht liggen met allerlei sapjes heb liggen knoeien: liggend drinken is namelijk best lastig. Ik neem me voor nog te vragen aan de gipskamerman hoe te scheren en de bekleding te reinigen. Intussen heb ik nog steeds niet veel geslapen, mijn buurman valt sneller in slaap en begint dan een bos door te zagen. Gegeten heb ik ook niet veel de afgelopen dagen, sowieso niet echt honger als je alleen maar plat ligt en het eten krijgt geen michelinster. Dus wat ik eigenlijk liefst wil is naar huis ! Om naar huis te mogen moet je aan een aantal voorwaarden voldoen: goedkeuring van specialist en fysiotherapeut, en je moet, heel banaal, zelf kunnen plassen en poepen. En bij dat laatste lag hem net de kneep. Morfine werkt goed tegen de pijn maar legt ook alles plat, inclusief de darmen. Intussen was het al een dag of 5 zonder grote boodschap dus ondanks minimale hoeveelheid eten had ik een hele dikke gespannen buik en voelde ik me er niet beter op worden. Na veel van die zoutoplossingen te hebben gedronken en een doorwaakte nacht (ik voelde me steeds beroerder worden) was het uiteindelijk toch gelukt en was ik klaar om maandagochtend de zaalarts te overtuigen dat ik naar huis kon.

De zaalarts gaf aan dat ik nog een dag mocht blijven vanwege de aard van het ongeval maar dat ik ook naar huis mocht als ik dat wilde. Zeker wilde ik dat ! Via het computersysteem werden er nog snel twee afspraken gemaakt: de eerste met de fysiotherapeut voor ademhalingsoefeningen en de tweede met de gipskamer voor de nekbrace. Na de fysio heeft Leonie mij naar de gipskamer geduwd in een rolstol. Bij binnenkomst wat het eerste wat we hoorden: "hij zit verkeerd om". Bleek dat achterste gedeelte van de brace 180 graden gedraaid zat. Het deel wat tegen het achterhoofd aan moest zitten lag tussen de schouderbladen en vice versa. Dat verklaarde ook het wondje dat ik had van de brace op mijn achterhoofd; die punt had dus tegen mijn schouderblad moeten liggen. In de vijf dagen dat ik zo heb rondgelopen heeft niemand iets opgemerkt of erover gezegd terwijl er toch pijlen met "up" op de brace staan. Na verontschuldigingen werd dit foutje hersteld en konden we het doel van ons bezoek uitleggen. De bekleding kon gewoon gereinigd worden met de hand in een sopje. Enigzins verbaasd vroegen we hoe de bekleding te vervangen zonder de brace van de nek te halen. Dit ging niet. Dat gold ook voor scheren, daarvoor moest de brace er ook af. Ons was verteld door de specialist dat de nekbrace drie maanden moest blijven zitten, en ik was niet van plan een baard van 3 maanden te laten groeien. Ter plekke werd de specialist gebeld met de vraag of de brace eraf mocht. Na wat heen-en-weer gepraat mocht de brace er toch af voor scheren en vervangen van bekleding mits het hoofd goed ondersteund/recht gehouden werd. En erna meteen weer de brace om de nek leggen.

Na 6 dagen ziekenhuis stond ik weer buiten, met nekbrace en een zware operatie achter de rug (leuke woordspeling, niet ?), en was ik intens blij dat ik naar huis kon. Het revalideren kon beginnen....




Als je nog eens terug wil kijken naar de strandrace 2015 dan is dit de link naar de berichtenpagina 2015